Home  |  Contact
Goed voor elkaar...

Nieuws

Campagnes voor gezonder leven werken niet

Voorlichtingscampagnes om mensen over te halen gezonder te leven, leveren nauwelijks iets op. Het aantal probleemdrinkers, drugsmisbruikers en mensen met overgewicht neemt niet af, ondanks voorlichtingscampagnes. Dat schrijft het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) in het rapport 'Van gezond naar beter'.

Het rapport is donderdag aangeboden aan minister van Volksgezondheid Ab Klink (CDA). Uit het rapport blijkt dat van de Nederlanders nog altijd veertig tot vijftig procent te zwaar is. Meer dan tien procent kampt met ernstig overgewicht.

Meer dan de helft van de Nederlanders voldoet daarbij niet aan de richtlijnen voor gezonde voeding en lichamelijke beweging. Het percentage rokers is wel gedaald, maar slechts licht en is met 27 procent nog steeds hoger dan in de landen rondom Nederland. "De doelstelling van twintig procent rokers in 2010 wordt zeker niet gehaald", stelt het RIVM.

Het instituut vindt daarom dat er een andere aanpak moet komen, waarbij verder moet worden gekeken dan gezond gedrag. Zo moet ook de sociale en fysieke omgeving waarin mensen leven en werken worden meegenomen. Verboden en accijnsverhogingen kunnen helpen, evenals individuele ingrepen in de leefstijl van mensen.

Volgens het RIVM moeten alle betrokken partijen de koppen bij elkaar steken en samen bedenken hoe ze het probleem te lijf gaan. "Dit vergt investeringen, maar het maatschappelijk rendement daarvan is groot."

Bron: MedicalFacts
Datum: 29 maart 2010

Niemand wil in het EPD
Patiëntendossier ‘zee van ellende'

De weerstand tegen het elektronisch patiënten dossier (EPD) groeit. Burgers, senatoren en zelfs medici zien het niet zitten. Het wil maar niet vlotten met het stokpaardje van minister Ab Klink. Steeds meer mensen dienen protest in tegen het elektronisch patiënten dossier (EPD). Uit opgevraagde cijfers bij het ministerie van Volksgezondheid blijkt dat inmiddels zo’n 462.000 mensen bezwaar hebben aangetekend tegen opname in het EPD: een stijging van 40 procent ten opzichte van begin vorig jaar, toen de teller op 330.0000 stond.

Maar het dossier moet en zal er komen en zou er eigenlijk al moeten zijn. In het regeerakkoord van Balkenende IV stond het EPD gepland voor 2009. Dat is door vertraging inmiddels verschoven naar eind 2010, maar waarschijnlijk wordt ook dat niet gehaald: de Eerste Kamer is kritisch. Zeer kritisch.

Met het EPD kunnen zorgverleners in het hele land, van huisartsen tot apothekers en specialisten, patiëntgegevens inzien. U bent een dagje in Maastricht, krijgt een beroerte en de behandelend arts kan meteen op de computer bij uw medisch verleden. Die snelle informatieoverdracht moet onnodig dubbel onderzoek en vooral medische missers voorkomen, luidt Klinks motivatie voor het giga ICT-project.

‘Maar de gedachte dat je veel levens redt is niet onderbouwd en dat geloven we ook niet’, zegt senator Heleen Dupuis (VVD), vicevoorzitter van de Eerste Kamer- commissie voor Volksgezondheid. Ze beschrijft het EPD als ‘een zee van ellende, megalomaan en een overtrokken prestigeproject.’

In december hield de Eerste Kamer een besloten bijeenkomst met allerlei experts. Het verslag daarvan zou volgende week worden gepubliceerd, maar dat is verschoven naar april omdat er nog zoveel vragen openstaan. ‘Ik zie het voorstel niet door de Eerste Kamer komen en heb de indruk dat alleen het CDA voor is. Maar zelfs die twijfelen’, aldus Dupuis.

Ondertussen gaat Klink verder alsof er niets aan de hand is. Uit stukken die deze week naar de Tweede Kamer zijn gestuurd, blijkt dat van inmiddels ruim 1,3 miljoen mensen een dossier is aangemaakt. Dat is vrijwillig gedaan door zorgleveranciers zoals ziekenhuizen en apotheken. Als de Eerste Kamer instemt wordt het dossier wet en moet iedere zorgleverancier verplicht zijn patiëntengegevens beschikbaar maken voor het EPD.

Probleem is dat zelfs in de medische wereld weinig animo voor het EPD is. Uit een enquête van Medisch Contactonder 800 artsen bleek vorig jaar dat eenderde van de artsen al een EPD-bezwaarformulier had opgestuurd en een kwart overwoog om dat alsnog te doen. Degenen die het EPD moeten gebruiken, vertrouwen het dus niet.

Volgens de Landelijke Huisartsen Vereniging is een snelle, grootschalige landelijke invoering onrealistisch omdat uit een pilot blijkt dat die ‘gepaard zal gaan met een veelheid aan technische en logistieke problemen’.

Uit onderzoek van het Rathenau Instituut voor de Eerste Kamer blijkt bovendien dat een trits aan zorgorganisaties ‘het gebrek aan draagvlak binnen de medische sector (...) als een probleem ziet’.

Neem de CG-raad, de belangenbehartiger voor chronisch zieken en gehandicapten, die laat weten: ‘wij raden het EPD niet aan’. Dat is nogal wat, met een achterban die er bij uitstek van zou moeten profiteren.

Andere bezwaren concentreren zich rond veiligheid, privacy, juridische issues en financiën. Zo bleek vorig jaar dat de UZI-pas waarmee medici toegang krijgen tot het systeem, al gekraakt is. Inmiddels worden beter beveiligde UZI’s uitgegeven, maar de oude kaarten blijven geldig, schrijft Klink deze week.

Op privacygebied bestaat vooral de vrees dat er door onbevoegden geneusd gaat worden in medische gegevens. Instanties als de CG-Raad zijn bang dat verzekeraars of bedrijfsartsen zich ten onrechte toegang tot het dossier van een cliënt verschaffen en dat die daardoor in de problemen komt.

Volgens het ministerie ‘bestaan er veel misverstanden over hoe de boel geregeld is’ en zijn die de oorzaak van de weerstand. Een woordvoerder laat weten dat de beveiliging van de toegang goed geregeld wordt. De patiënt kan zelf bekijken wie in zijn medische gegevens snuffelt, want dat wordt via een log bijgehouden.

Dus dendert de EPD-trein voort. Dupuis vraagt zich af waarom het zo snel moet. ‘Er is helemaal geen haast en als de Eerste Kamer straks niet instemt, is het een enorme verspilling van belastinggeld.’

Bron: De Pers
Datum: 15 februari 2010

Inspectie voor de Gezondheidszorg benadrukt kerntaak van zorgbestuurders

De Inspectie voor de Gezondheidszorg gaat strenger controleren of bestuurders in de zorgsector zich voldoende bekommeren om hun kerntaak, te weten verbeteren van de zorgkwaliteit. Wim Schellekens, hoofdinspecteur curatieve zorg bij de Inspectie, constateert dat veel bestuurders zich vooral bezig houden met geld, het gebouw, strategie en reputatie. De zorgkwaliteit wordt gedelegeerd aan professionals, waarbij onvoldoende verantwoording wordt geëist.

Bij alle calamiteiten die in de afgelopen jaren in de sector zijn ontstaan was er één gemeenschappelijke deler: het bestuur had een te grote afstand tot de werkvloer. Schellekens is ervan overtuigd dat een betrokken bestuurder grote invloed heeft op de kwaliteit en veiligheid van patiëntzorg. Goede zorgorganisaties worden bestuurd door missiegedreven leiders, oftewel bestuurders die doelen en ambities formuleren en weten te vertalen naar operationele doelstellingen.

Het is belangrijk dat in zorgorganisaties geen taboe rust op fouten maken. Als fouten worden verzwegen, dan worden de problemen nooit opgelost. In het boek `Dit nooit meer` van Harry Molendijk spreken specialisten over hun missers. Alle artsen hebben het boek thuis ontvangen.

Datum: 8 januari 2010
Bron: MD Weekly

Nederlander wil in 2010 meer bewegen en gezonder eten

Goede voornemens in het kader van de gezondheid blijken populair. Zo'n 60 procent van de Nederlanders wil in 2010 meer gaan bewegen en de helft neemt zich voor gezonder te gaan eten.

Dat blijkt uit cijfers van onderzoeksbureau Synovate. Er hebben 1100 Nederlanders meegewerkt aan het onderzoek naar goede voornemens. Uit het onderzoek blijkt dat zes op de tien mensen in 2010 meer wil gaan bewegen. De helft van de respondenten wil meer tijd aan de mensen om hem heen besteden.

Naast het voornemen om meer te gaan bewegen is ook het voornemen om gezonder te eten populair. 50% van de mensen die aan het onderzoek hebben meegewerkt wil gezonder gaan eten in 2010. Daarnaast geeft 13% aan minder vlees te willen eten. 1 op de 10 mensen wil minder alcohol gaan drinken, 8% neemt zich voor om te stoppen met roken en 1 procent geeft aan minder te gaan blowen.

Datum: 30 december 2009
Bron: Zorgkrant

Directiewisseling Infomedics Factoring B.V.

Onlangs heeft er binnen Infomedics Factoring B.V. een directiewisseling plaats gevonden. Dirk Jan Emmes neemt het stokje over van CEO Eric de Graaf. Klik op de link om het bijbehorende persbericht te lezen.

Weinig incidenten in eerstelijnszorg

De eerstelijnszorg in ons land is in het algemeen veilig. De kans dat een patiënt schade oploopt die vermeden had kunnen worden, is klein in verhouding tot ziekenhuiszorg.

Dit blijkt uit een grootschalig landelijk onderzoek dat het UMC St. Radboud heeft verricht onder huisartsenpraktijken, huisartsenposten en praktijken van tandartsen, verloskundigen en paramedici. Het onderzoek is vandaag aan minister Klink aangeboden. Het is de eerste keer dat onderzoek is gedaan naar het aantal incidenten in de eerstelijnszorg.

Beperkt
De onderzoekers onderzochten het afgelopen jaar 5000 patiëntdossiers. Ze troffen per 1000 patiënten 8 tot 58 incidenten aan, het laagste aantal in tandartsenpraktijken en het hoogste in huisartsenpraktijken. Bij 0 tot 7 per 1000 patiëntendossiers leidde een incident tot een ziekenhuisopname. Aangezien 95% van de zorgvragen in Nederland wordt afgehandeld in de eerste lijn, is het aantal incidenten beperkt. De onderzoekers vonden geen incidenten waardoor iemand is overleden.

Diagnostiek
Er zijn wel verbeteringen mogelijk, melden de onderzoekers. Bijvoorbeeld in de verslaglegging in patiëntdossiers, de diagnostiek (bijvoorbeeld onterecht nalaten van lichamelijk onderzoek) en de samenwerking tussen zorgverleners.

Het afgelopen jaar hebben zorgverleners in de eerste lijn meer gedaan om de patiëntveiligheid te verbeteren. Zo ondertekenden de organisaties in de eerstelijnszorg recentelijk een convenant. Hierin hebben de zorgverleners vastgelegd dat zij een systeem gaan invoeren om incidenten te melden en op basis daarvan verbeteringen in te voeren.

Datum: 11 december 2009
Bron: MinVWS

Mondzorgverleners

Nederlandse apothekers verstrekten in 2008 in totaal ruim 1,1 miljoen keer een geneesmiddel op voorschrift van een tandarts, een kaakchirurg of een orthodontist. De recepten van tandartsen vormen daarvan met 890.000 de hoofdmoot.De in Nederland praktiserende tandartsen, ruim 8000, beschikken over de volledige bevoegdheid alle geneesmiddelen te mogen voorschrijven. Door de Wet Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg zijn ze in de praktijk echter beperkt tot het voorschrijven van geneesmiddelen die bij tandheelkundige behandelingen noodzakelijk zijn.
Dit geldt ook voor de ongeveer driehonderd orthodontisten en tweehonderd kaakchirurgen die Nederland telt. Orthodontisten zijn tandheelkundig specialisten met als vakgebied optimalisering van de stand van de tanden in de kaak. Ook kaakchirurgie is een tandheelkundig specialisme, met de kanttekening dat kaakchirurgen die na 2000 hun opleiding hebben afgerond behalve een tandartsdiploma een artsdiploma moeten bezitten.

1,1 miljoen recepten
Uit de verstrekkinggegevens waarover de SFK beschikt blijkt dat apothekers in 2008 ruim 1,1 miljoen keer een geneesmiddel hebben verstrekt op voorschrift van een tandheelkundige. De hiermee gepaard gaande kosten bedroegen ongeveer € 6,5 miljoen. De gemiddelde geneesmiddelenkosten per voorschrift, zonder de vergoeding voor de werkzaamheden van de apotheek, komen daarmee uit op € 5,75. Slechts 5% van de recepten was uitgeschreven door orthodontisten en ruim 16% door kaakchirurgen. De rest was afkomstig van tandartsen. Antibioticavoorschriften vormen met een aantal van 390.000 in 2008 de grootste groep (48%) binnen de tandartsenreceptuur. Kaakchirurgen schrijven het vaakst (55%) een NSAID als pijnstiller voor. Orthodontisten schrijven voornamelijk (86%) natriumfluoridemondspoeling voor.

Opvallend eensgezind zijn de tandheelkundigen in hun voorkeur voor een NSAID. Ibuprofenbruisgranulaat stond in 2008 op ongeveer 70% van de NSAID-recepten. In welke mate voorbedrukte receptenbriefjes voor deze vorm van ibuprofen, die niet generiek beschikbaar is, van invloed zijn op dit percentage is onbekend. In 2009 is het percentage, mogelijk mede onder invloed van het preferentiebeleid van verschillende zorgverzekeraars, teruggelopen tot 61%.

In 2008 bedroeg het aantal NSAID-verstrekkingen op tandartsrecepten 230.000. Dat aantal komt overeen met 26% van alle voorschriften van tandartsen. Tandversterkende fluoriden maken 12% uit van de recepten van tandartsen. Antiseptische mondspoeling ter bestrijding of voorkoming van een bacteriële infectie in de mondholte staat in 6% van de gevallen op de recepten. Qua werkzame stof voert het antibioticum amoxicilline de lijst aan: in 2008 is amoxicilline 335.000 keer voorgeschreven, in 7% van de gevallen gecombineerd met clavulaanzuur.

Tot de groep geneesmiddelen die tandheelkundigen geacht worden te mogen voorschrijven behoren ook anxiolytica en sedativa. Diazepam wordt daarvan het vaakst door tandartsen voorgeschreven. Het middel staat net buiten de top 10, op plaats 13, met 5000 voorschriften.

Rang

Werkzaam geneesmiddel

toepassing

verstrekkingen

1

Amoxicilline + comb. met clavulaanzuur

Antibioticum

335.000

2

Ibuprofen

Pijnstilling

208.000

3

Natriumfluoride, lokaal in mond

Tandversterking

108.000

4

Chloorhexidine, lokaal in mond

Antiseptisch

44.000

5

Metronidazol

Antibioticum

34.000

6

Feniticilline

Antibioticum

18.000

7

Paracetamol+ combinaties

Pijnstilling

17.500

8

Naproxen

Pijnstilling

13.500

9

Clindamycine

Antibioticum

12.500

10

Waterstofperoxide, lokaal in de mond

Antiseptisch

11.000

Tabel 1: Top 10 verstrekkingen op recepten van tandartsen in 2008

Het aantal voorschriften van deze top-10-middelen beslaat ruim 90% van alle door tandartsen voorgeschreven geneesmiddelen.

Bron: SFK
Datum: 30 november 2009

Operatierobot succesvol ingezet in Nederland

Het Erasmus MC in Rotterdam heeft gister voor het eerst in Nederland gebruik gemaakt van een operatierobot.

Deze robot, "Da Vinci", biedt nieuwe mogelijkheden op het gebied van niertransplantaties. In het Erasmus worden nu jaarlijks zo een 100 niertransplaties gedaan, dat moeten er 230 worden met behulp van de Robot.

De robot is kan zonder trillingen opereren, dat maakt het voor de artsen gemakkelijker om op moeilijk bereikbare plekken in het lichaam te opereren. Het gezonde weefsel blijft dan onaangetast. Daarnaast zal op den duur de robot zorgen voor lagere kosten van de behandelingen die er mee mogelijk zijn.

Bron: ZorgGids Nederland
Datum: 26 november 2009

Kwaliteit orthodontisten Nederland voortreffelijk

In diverse onderzoeken is aangetoond dat het kwaliteitsniveau van orthodontische zorg in Nederland is hoog. In sommige onderzoeken wordt zelfs gesproken over een voortreffelijke kwaliteit. De vier jaar durende fulltime specialistenopleiding aan de universiteit vormt de basis voor deze hoge kwaliteit. Maar ook op andere manieren wordt de kwaliteit van de behandeling van orthodontisten bewaakt en verbeterd.

Pas na succesvolle afronding van de tandartsopleiding, kan de vierjarige universitaire opleiding tot orthodontist worden gevolgd. Na het behalen van het examen kunnen orthodontisten zich in het specialistenregister laten registreren. Orthodontisten in Nederland moeten zijn ingeschreven in dit register dat op grond van de Wet op de Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg (BIG) is ingesteld (www.bigregister.nl). De titel ‘orthodontist' is dus wettelijk beschermd.

Naast het fundament van een gedegen specialistenopleiding bestaan er in Nederland voor orthodontisten diverse kwaliteitssystemen, zoals intercollegiale toetsing (visitatie) en bij- en nascholing. De kwaliteitssystemen spelen een belangrijke rol bij het op peil houden en verbeteren van de zorg die orthodontisten verlenen. Voor leden van de Vereniging van Orthodontisten is deelname aan het visitatieprogramma zelfs verplicht. Bij visitatie beoordeelt een commissie de praktijk en het werk van een orthodontist. Het officiële rapport van een praktijkbezoek van de commissie is iedere keer een stimulans om de orthodontische zorg nog verder te verbeteren.

Ook zijn VvO-leden verplicht een minimum aantal uren per jaar nascholing te volgen.

Vroeger was je orthodontist voor het leven. Mede op verzoek van de VvO heeft de minister van VWS dit veranderd. Nu ben je maximaal 5 jaar geregistreerd als orthodontist. Als een orthodontist aan alle kwaliteitsvoorwaarden voldoet, wordt hij weer voor de volgende 5 jaar geregistreerd. Voor patiënten een garantie dat een orthodontist altijd bij de tijd is met zijn kennis en kunde. Disclaimer Ontwerp: Top Two Boxes Reclamebureau©, Kaatsheuvel

Bron: Orthodontist.nl 
Datum: 19 november 2009

Mondzorgprofessionals betalen te hoge premies 

Amsterdam/Heemstede, 03 November 2009 /EZPress/ - Tandartsen, mondhygiënisten en tandprothetici zijn vaak jarenlang onnodig te duur verzekerd tegen arbeidsongeschiktheid. Gemiddeld kunnen hun kosten 40% omlaag. Deze maand startte dan ook een campagne van serviceorganisatie Molar en vergelijkingssite Datishetverschil.nl waarin tandartsen, tandprothetici en mondhygiënisten bewust worden gemaakt van de alternatieven die zij hebben om verzekerd te zijn tegen arbeidsongeschiktheid.

Vrijwel alle zelfstandige mondzorgprofessionals hebben vanaf het starten van hun praktijk een inkomensverzekering. De meesten sluiten deze af tegen traditionele algemene voorwaarden voor medische beroepsbeoefenaars die vaak niet - of niet meer - op hen van toepassing zijn. Molar en Datishetverschil.nl laten in vergelijkingsoverzichten zien dat gemiddelde premies tot 40% lager kunnen.

‘Tandheelkundigen zijn vaak jarenlang duur, meestal via traditionele tussenpersonen, verzekerd,' bepleit Egbert van de Coevering, ondernemer en initiatiefnemer van verschillende financieel adviesconcepten waaronder Datishetverschil.nl, in de uitleg van de campagne die zich richt op alle leden van de Associatie Nederlandse Tandartsen (ANT) en de Organisatie van Nederlandse Tandprothetici (ONT).

‘Traditioneel gaan tandartsen af op het advies van hun tussenpersoon. Molar en DIHV bieden nu ook aan de tandarts de mogelijkheid om zelf te shoppen op internet en te kijken of en waar fors op kosten kan worden bespaard. Gezien de verwachte wijzigingen op het gebied van de vrije tarieven in 2011, is het verstandig ruim voor die tijd ook naar de kostenkant te kijken. De prijzenoorlog op het gebied van AOV-premies biedt de gezonde tandartsen de mogelijkheid fors in hun verzekeringskosten te snijden. Over de looptijd van een verzekering zijn enorme besparingen mogelijk,' aldus Van de Coevering.

Over Molar en Datishetverschil.nl
Molar is dit jaar opgericht op initiatief van de ANT om zakelijke diensten te ontwikkelen voor professionals in de mondzorg. ANT en ONT leden kunnen via het Molar loket (molar.nl) kosteloos overstappen naar, bijvoorbeeld, de AOV van Allianz. Datishetverschil.nl vergelijkt arbeidsongeschiktheidsverzekeringen en biedt de mogelijkheid deze provisievrij af te sluiten. Hierdoor zijn de kosten per jaar gemiddeld 17,5% lager dan wanneer dezelfde verzekering langs traditionele weg wordt afgesloten. Datishetverschil.nl is een initiatief van Comoditas en werkt samen met de verzekeraars Avéro, Allianz, AEGON, De Amersfoortse, Fortis ASR, Generali, De Goudse, Klaverblad, Nationale Nederlanden en Reaal.

Bron: Ezpress
Datum: 4 november 2009

Effectief toezicht vraagt kritische rol van de Inspectie voor de Gezondheidszorg

`Ziekenhuizen houden zich niet aan richtlijnen voor onderhoud van medische apparaten.' `Ziekenhuis in Emmen ontslaat chirurg na doden.' Krantenkoppen waar de Inspectie voor de Gezondheidszorg bij betrokken was. Inspecteur Hofstra: "Ons doel is altijd: wat kan er beter en veiliger?" Jan Roos van het instituut ondersteuning patiëntenzorg: "Een fout negeren is onprofessioneel."

Effectief toezicht vraagt kritische rol van de Inspectie voor de Gezondheidszorg "Hoe komt het zover dat een patiënt aan de verkeerde kant wordt geopereerd, de verkeerde medicatie krijgt of dat een gaas achterblijft? Wij kijken naar het systeemfalen, naar het geheel. Veelal ligt het niet aan die ene arts of verpleegkundige." Christien Hofstra, IGZ-inspecteur, licht toe hoe toezicht op calamiteiten werkt. "Een calamiteit is vreselijk voor alle betrokkenen, maar het is ook een bron van informatie over het systeem en veiligheid."
Jan Roos, plaatsvervangend IOP-hoofd en contactpersoon voor de IGZ: "In VUmc doe ik onder meer nader onderzoek naar calamiteiten. Dat gebeurt niet lichtvaardig, we houden niet op bij ‘omdat we het altijd zo doen'. Waarom, waarom, en nog eens waarom. Bij de analyse herken je geregeld de gebreken waar de IGZ in haar landelijke rapporten de vinger op legt."

Hakken in het zand
Calamiteitenonderzoek is één van de instrumenten van toezichthouder IGZ. Rapporten, vragenlijsten, jaargesprekken en thematisch toezicht moeten ervoor zorgen dat ziekenhuizen zich bewust blijven van verantwoorde, veilige zorg. Helpen die instrumenten ook? Hofstra: "Uiteraard willen we weten dat het goed gaat. Maar effectief toezicht vraagt een kritische rol: wat zijn de blinde vlekken, waar liggen de risico's? Wat gaat er mis op de IC? Voor, tijdens en na operaties? We weten ook dat fouten niet uit slechtigheid voortkomen, soms is het een kwestie van middelen, kennis of onbekendheid met de ziekenhuisregels." Roos: "Als burger ben ik onder de indruk van wat de Inspectie doet. Ze zijn met relatief weinig en produceren veel, veelal met een groot werkelijkheidsgehalte.

Als professional merk ik dat je bij een IGZ-rapport vaak eerst je hakken in ‘t zand wilt zetten. Vervolgens zie je de meerwaarde. Zo denk je bijvoorbeeld dat bepaalde afspraken heel duidelijk zijn zonder dat die op papier staan. Dan blijkt dat niet iedereen ze kent, wat weer fouten in de hand werkt." Een licht-kritische noot van Roos: "Het aantal IGZ-rapporten neemt wel exponentieel toe, waarschijnlijk zijn de inspecteurs ook hun eigen achterstand aan het inhalen." "Uiteraard ken ik de kritiek dat we oeverloos veel rapporten maken", voegt Hofstra toe. "Er komt veel over ziekenhuizen heen. Denk ook aan de media-aandacht voor medische missers, en dan zonder de nuances. Maar het doel van ons werk is altijd: wat kan er veiliger, beter?"

Ruggenmerg
Uit Amerikaanse en Nederlandse cijfers blijkt dat er onnodig doden vallen in ziekenhuizen. Dat moet minder en dat vereist patiëntveiligheid op alle niveaus. De inspecteur schetst de context: "Vroeger zag een patiënt een arts en een verpleegkundige, nu is er sprake van multidisciplinaire teams en complexe ketens van zorg. Met als gevolg dat bij één ingreep een tiental mensen betrokken kunnen zijn. Veiligheid is daarom van alle medewerkers." Het veiligheidsmanagementsysteem (VMS) geeft manieren om risico's te verminderen. De Inspectie verifieert hoe VMS ervoor staat in de ziekenhuizen. Hofstra: "VUmc is er ver mee."
Roos: "Een fout negeren is onprofessioneel. Tegenover de patiënt, collega's en het ziekenhuis. Onze aanpak met DIM - decentraal incidenten melden - werkt. Vergelijk het met de luchtvaart: gaat er iets mis, dan meld je dat. VUmc-medewerkers zijn open over hun fouten, willen die bespreken om ze in de toekomst te voorkomen." Ondanks alle rapporten en meldingen blijven er in VUmc wel eens zaken misgaan. "Het duurt even voordat veiligheid een vast onderdeel is van al ons handelen, van receptionist tot behandelaar. Dat is vooral een cultuurkwestie en cultuur veranderen vraagt tijd."

Bron: 21 oktober 2009 
Bron: Tracer

Visiedocument Verantwoorde Mondzorg online     

In september 2009 heeft de Stuurgroep Zichtbare Zorg Mondzorg een mijlpaal bereikt: vaststelling van het visiedocument. Doel van deze stuurgroep is het ontwikkelen, implementeren en borgen van kwaliteitinformatie over mondzorg ten behoeve van cliënten, zorgaanbieders, toezichthouders en zorgverzekeraars. Het visiedocument is een belangrijke tussenstap om tot deze set te komen. In het visiedocument beschrijven de partijen samen wat ze onder verantwoorde mondzorg verstaan.

In de Stuurgroep Zichtbare Zorg Mondzorg zijn de volgende partijen vertegenwoordigd:

  • beroepsverenigingen van tandartsen (NMT en ANT), van mondhygiënisten (NVM) en tandprothetici (ONT);
  • patiënten- en consumentenorganisaties (NPCF en Consumentenbond);
  • de koepel van zorgverzekeraars (ZN);
  • de Inspectie voor de Gezondheidszorg.

Dit visiedocument richt zich op de zorg die door of onder verantwoordelijkheid van tandartsen, mondhygiënisten, tandprothetici en orthodontisten geleverd wordt. Vormen van deze zorg kunnen ook door gedifferentieerde tandartsen en door tandarts-specialisten worden geleverd.
 
In de visie op verantwoorde mondzorg worden vijf kwaliteitsdomeinen onderscheiden:

  • Doeltreffendheid en doelmatigheid van curatieve en preventieve zorg
  • Deskundigheid
  • Patiëntgerichtheid
  • Communicatie
  • Organisatie

Visiedocument
U kunt het visiedocument downloaden door op onderstaande link te klikken: Visiedocument Verantwoorde Mondzorg (pdf)

'Een op de acht Nederlanders niet echt gezond'

AMSTERDAM - Een op de acht 'gezonde' Nederlanders heeft zonder het te weten een verhoogd risico op ziekten als diabetes, kanker of hartproblemen. Dat blijkt uit donderdag gepubliceerd onderzoek van het NIPED, een organisatie die zich inzet voor preventieve gezondheidszorg.

De organisatie bekeek de profielen van ongeveer 10.000 mensen, vooral werknemers van grote bedrijven en 60-plussers.Volgens het NIPED is een groot deel van de mensen bereid hun leefstijl aan te passen als ze geïnformeerd worden over hun gezondheidssituatie. Ze worden vervolgens ook gezonder en minder vaak ziek, aldus het instituut.

APK-keuring
Het NIPED pleit voor een 'medische APK-keuring'. ''Net zoals de tandarts ons gebit geregeld checkt, moeten artsen onze gezondheid regelmatig in de gaten houden. Mensen kunnen dan op tijd hun levensstijl aanpassen.'' Een woordvoerder van het NIPED pleit ervoor zo'n tweejaarlijkse medische keuring in de basisverzekering op te nemen.

Betaalbaar
Het kabinet ziet in preventieve gezondheidszorg een van de manieren om de gezondheidszorg betaalbaar te houden.
Als voorkomen kan worden dat mensen ziek worden door bijvoorbeeld ongezond gedrag, scheelt dat de samenleving veel geld.

Bron: Nu.nl


“Voor mij betekent NotaCollect geen zorgen”


NotaCollect
Wormerweg 1
1311 XA Almere

Postbus: 60108
1320 AC Almere

Telefoon: 036 547 22 99
Fax: 036 547 22 90
info@notacollect.nl